Maandelijks archief: juni 2017

Dag van de poetshulp.

Poetsen, een beroep dat ferm onderschat wordt. Er wordt heel vaak degenerend over gedaan. Ik geef een voorbeeld.

Toen ik indertijd een winkel had en we gingen op reis, dan gebeurde het vaak dat we aan de praat raakten met andere mensen. Ik ben wel te vinden voor een babbeltje, maar ga niet echt socializen en aan de mensen gaan plakken. Maar dan kwam het al vaak eens ter sprake wat we in het leven doen. En toen ik vertelde dat ik een winkel had, vonden mensen dat reuze interessant, ik vertelde over de landen waar mijn spullen uit kwamen die ik te koop aanbood. Thailand, India, Venezuela.

Het jaar erop, zelfde scenario. Mensen vroegen, en wat doe je in het leven. Ik antwoordde, ik werk in een school. “Ah, ben je lerares? ” vroegen ze enthousiast, en ik antwoordde ” neen, ik ben poetsvrouw”, dan had je hun gezicht moeten zien. Ze stonden ineens met hun mond vol tanden, alsof er geen leuke verhalen  vasthingen aan het leven van poetsvrouw. Oh, ik kan leuke dingen vertellen van mijn tijd op de sportschool, over wat de internen uitspookten en zo. Maar ik ga dat niet doen, laten we dat binnenskamers houden.

Toen Wim en ik besloten hadden te trouwen, wilde ik gewoon werken, 9 to 5. ik werkte al sinds mijn 15 jaar, in de horeca, later in de winkel die ook open was op zaterdag en zondag.

En ik heb de eerste de beste job aangenomen die me aangeboden werd. Het maakte me echt geen fluit uit, wat ik moest doen, als ik maar niet in de weekends moest werken , normale uren had en met alles in regel was. Terug in de horeca zag ik absoluut niet zitten.

En ik beken dat ik de job ferm had onderschat! Fysiek is het heel zwaar, en het is telkens opnieuw beginnen. Telkens opnieuw, vloeren poetsen, toiletten proper maken. Maar ik moet bekennen, we kregen heel veel complimentjes van de leerlingen. Ze waren vriendelijk tegen ons, we werden gewaardeerd om wat we deden. En eerlijk, dat maakte de job lichter, zorgde ervoor dat ik moe, maar vrolijk thuiskwam. En er was bij ons gelukkig ook afwisseling in de job. Ik hoefde niet alleen te poetsen, had soms dienst in de refter, een avondshift, een ochtendshift, helpen in de keuken. En eerlijk, ik heb mijn job altijd graag gedaan.

Het was een grote knop omdraaien van het leven als zelfstandige naar het leven van werknemer, maar ik heb me daar onmiddelijk aan aangepast. Ik kende perfect mijn plaats. En ik was dankbaar dat ik een job had. Dat ik een goeie drie jaar later, thuis zou zitten met meneertje F. wist ik toen nog niet, ik had echt gedacht hier te blijven tot aan mijn pensioen. Maar het lot besliste anders.

Dus lieve mensen, als je naar de bank gaat, en er is iemand aan het poetsen en je voorbij, zeg dan ook eens een goeiedag! Die mensen verdienen ook een vriendelijk woord. Bedankt uw eigen poetshulp op tijd en stond en maak een complimentje over hoe heerlijk het thuiskomen is, als alles fris ruikt.

Zeg goeiendag, tegen de poetsvrouw in het ziekenhuis, in plaats van haar voorbij te lopen. Enfin, ik probeer eigenlijk tegen iedereen die ik voorbij loop een goeiedag te zeggen. Niet als ik aan het shoppen ben in een grote stad, maar in het dorp. Of als ik naar de markt ga, en de mensen kijken me aan, ga ik telkens op zijn minst een knikje geven, of eens glimlachen.

Een bloemetje, een pralineke, een kleinigheidje of op zijn minst af en toe een complimentje, om hen te bedanken, wordt heel erg gewaardeerd.

Aan alle poetsers, zorgkundigen, dikke merci, we zijn zo blij dat jullie er zijn!

 

 

Advertenties

Dag Jenny.

Dag Jenny.

Ik kom hier weer keihard te laat aandraven met mijn woorden, want je kan ze niet meer lezen! Maar toch, moet ik het ergens kwijt, wat ik je nog te zeggen had.

Ik ken je al een hele tijd. Niet zo zeer In real , maar eerder via chat. Ja we hebben elkaar ook in het echt ontmoet, want we gingen beide bij de zelfde dokter. En op een dag had ik een afspraak net terwijl je in het ziekenhuis lag. Ik vond het fijn je te zien, de dame

achter het zeepaardje. Het zeepaardje verving uw foto op facebook. Daarna heb ik je nog eens gezien in Oostende, samen met je vrienden. Maar meer persoonlijk contact was er niet.

Maandag moest ik er opnieuw naartoe, naar “onze” dokter. Daarna besloten we om nog een wandelingetje te maken door Oostende. We liepen over het wapenplein, en dan zag en hoorde ik de werken, de werken die voor u een nachtmerrie waren. Want je had zwaar tinnitus, en hyperacusius. En ook fibro en cvs. Vier gemene pretbedervers in het leven. Wat zeg ik pretbedervers, bij u namen ze elk sprankje levenskwaliteit af, elk moment van hoop, elk brokje energie. Je was op! Je hebt het me verteld een paar maand geleden. Je verkeerde in een toestand van ondraaglijk lijden, had amper nog goeie momenten. En je wou gebruik maken van de euthanasiewet. Ik begreep het, kon er in komen, want als elke dag een hel wordt om te te overleven, snap ik je keuze. Al had het natuurlijk anders gekund, als er meer begrip was geweest, en vooral meer oplossingen voor het nodeloze lijden. Maar dat is er helaas nog steeds niet. Je was moegevochten.

Ik had begrip voor je keuze. Maar we kwamen er niet meer op terug, de volgende chatsessie babbelden we gewoon over koetjes en kalfjes, maar werd het woordje “euthanasie” doodgezwegen.

En maandag liepen we dus over het plein, dicht bij de plek waar je woont, en ik zei tegen Wim, ” Toeme, ik moest een berichtje gestuurd hebben naar Jenny, om te vragen of ze graag een bezoekje wou ” want ik wist dat ze bezoek meestal niet aankon, dat het al snel te druk voor haar was en dus belde ik ook niet zomaar aan , met de vrolijke mededeling, piep, hier ben ik, ik kom eens leuk met je tetteren. Ik hoorde de machines draaien en ik heb misschien maar 1/10 de hyperacusius van wat jij te verduren kreeg, zelf ik legde mijn handen op mijn oren en stapte verder, de winkelstraat in.

Lang zijn we niet gebleven, ik was zelf moe, mijn lichaam kreunde onder de pijnen, het wandelen putte mij uit.

S avonds na het avondeten zette ik mijn computer open en het eerste wat ik te zien kreeg was jou doodsbericht. Ik verschoot me een bult, was er helemaal niet goed van. En eerlijk Jenny, ik wist niet of ik nu triest moest zijn of blij omdat je nu was waar je wou zijn, in het land van de stilte. Ik was kwaad omdat het zo erg is dat die ziektes iemand zo ver drijven dat ze uit het leven willen stappen, omdat het onhoudbaar is geworden. Ik was kwaad ook op het onbegrip voor die aandoeningen. Wat een lijdensweg mensen stilletjes gaan, achter gesloten deuren, omdat het voor hen zelf onmogelijk is om nog sociaal contact te hebben omdat dit hen zo uitput.

Het had allemaal zo mooi kunnen zijn, je was een knappe aangename vrouw, die ik graag gekend hebt. Ik kon er niet bij zijn op de uitvaart omdat ik die dag moest oppassen. En ik vroeg me tevens af, of het niet hyprocriet zou zijn om naar de uitvaart te gaan , terwijl ik maandag niet langs was geweest, geen berichtje had gestuurd.  Maar spijt komt vaak te laat.

Ik hoop Jenny, dat uw dood niet voor niets is geweest, dat er gauw iets gevonden wordt voor al die aandoeningen, dat er uit geleerd kan worden. Ik hoop Jenny dat je aangekomen bent in het land van de stilte, het ga je goed Jenny, het was fijn je gekend te hebben.

x

Bam!

En dan heb je een leuke dag met vrienden, met een etentje er bovenop, heel gezellig, lekker eten. En dan kom je thuis en het lijkt wel of je ineens een mokerslag krijgt. Niet omdat er iets raars, of onheilspellend noch triestigs is thuis. Neen want ik ben perfect gelukkig. En toch! Het lijkt of ik de mokerslag niet meer kon ontwijken, er niet onderuit kwam. He really hit me!

Even toegeven en op aangeven van de “big Bam” vroeg gaan slapen en dat we morgen terug fris opstaan, met herwonnen energie en we zijn weer een beetje op de been.

Maar “Big Bang” lijkt al mijn energie in één keer te hebben uitgezogen als een dorstige vampier in mijn vleesrijke lijf. Ligt aan de talrijke nachtmerries die me ook deze nacht te beurt vielen? Of aan die hormonenkuur, moet ik nu wel of niet die pilletjes nog verder nemen? Ik voel me leeg, mijn voeten slepen over de vloer alsof er onderaan magneten bevestigd zijn die het stappen moeilijker maken. Hm een blik in de spiegel verteld ook niet veel goeds. Ik loop met grote witte kringen rond mijn ogen. Mijn ogen zitten diep en ik heb het gevoel dat ik niet eens op mezelf lijk.

Ik heb me gesleept om te koken, om te praten, te eten. Op mijn bed gelegen, wat doelloos rondgesurfd op het net alsof ik dacht daar antwoorden te vinden op mijn gebrek aan energie, mijn verdwenen levenskracht. Ik ben op. Ik zou het liefste even verdwijnen tot ik mezelf terug in de spiegel kan kijken en zeggen, Ha, daar is ons Chrissebie terug.

Ik ben kwaad, ik wil dit niet! Ik vecht er al zo lang tegen, door leuke dingen met mezelf en mijn ventje te gaan doen, om zo het hoofd boven water te houden en niet meegesleurd te worden door de vuist om mijn nek, die me korte snok, naar beneden trekt.

Kan ik niet gewoon een gebroken been hebben, waarvan de mensen zeggen, ochere kijk daar ze heeft haar been gebroken. Een gebroken been heeft nog iets stoers, iets wat je tegenkomt als je aktie onderneemt, bij het sporten, of gewoon bij het uit de auto stappen. Maar het is toch wat heroïscher dan de grote val in het zwarte gat. Waar de muren glibberig zijn, eens je over de rand bent en alle grip aan het verliezen bent.

Ik voel hoe ik me vastklamp aan de kleine dagelijkse dingen, die me de kracht geven . Want mensen denken onterecht dat iemand die “depressief ” is persé ongelukkig is, want dat is helemaal niet zo. Dan hoor je vooroordelen als, goh, waarom moet die depri zijn, ze moet niet werken, ze gaat op reis, ze heeft een dak boven haar hoofd. Wel mensen. Een depressie is niet hetzelfde als even een dipje hebben, het even niet zien zitten, problemen hebben.

Het is mijn lijf die opgeeft, die halt roept. Het is mijn harde schijf die vol zit, en als een computer vol zit gaat hij crashen, hij start niet meer op! Dan moet je hem even resetten, even wat bestanden weg doen, overbodige dingen uitsmijten, virussen verwijderen. En dat heeft wat tijd nodig .

Maar ik wanhoop niet! Morgen heb ik een afspraak bij de Gynaecoloog om die hormonenkuur te bespreken. De medische oorzaak ook te zoeken, van mijn buik en rugpijn. En volgende week heb ik een afspraak bij mijn psychiater die samen met mij eens kan kijken voor een betere combinatie van mijn medicatie.

En er zijn lichtpuntjes , die zijn er altijd ! En het is niet zo dat ik ze vaak niet meer zie! Want zoals ik al zei, ik ben een gelukkig mens. En zolang er lichtpuntjes zijn kan ik vasthouden aan de grassprieten die groeien aan de boord van het zwarte gat. Ik wil van zijn levens nooit meer terug naar die zwarte hel! Ik heb ze ooit gezien, been there, done that.

En voor wie denkt dat ik kamp met een groot gebrek aan karakter, wel, haak dan gewoon af, ik doe wel verder met mensen zonder vooroordelen, mensen die weten waarover ik het heb. Ook medelijden kan ik mijden als de pest, ik ben niet te beklagen, ik ben gewoon moe. Ik vraag alleen, laat me even bekomen, laat me even rusten bij mijn pak en zak. Als ik er klaar voor ben, zullen de ringen rond mijn ogen verdwijnen en krijg ik weer lichtjes in mijn ogen. Misschien is het volgende week , of is het morgen al en word ik kwaad omdat ik me vandaag zo kwetsbaar heb opgesteld, door hier alles uit te braken, omdat ik anders met het onbehaaglijke gevoel blijf zitten dat ik moet overgeven dat mijn innerlijke een beerput is die aan het rommelen is. Wel het doet me goed om dit even van mezelf af te schrijven. En daarom dank aan mijn laptop, die het allemaal kan slikken, zonder commentaar te geven. Gewoon een luisterend oor te bieden. Want uiteindelijk is dat het enige wat ik op dit moment nodig heb.

Chrissebie.

Groot gebracht in angst.

Ik las daarnet een artikel van iemand die in de theaterwereld werkt en kampt met een hevige burn-out. En over de steeds terugkerende factor, de rugzak uit het verleden.

Ook ik ben daar niet gespaard van gebleven. Al menige keer kreeg ik in mijn vroeger leven een burn-out-depressie met desastreuze gevolgen. En sinds een tijdje ben ik erachter hoe dat kwam. Ik ben grootgebracht in angst. Al van peuter werd angst gebruikt als wapen tegen mij, eigenlijk niet “tegen” mij , maar om me te beschermen . Wapen nummer één waren de doodzondes en de duivel. Liegen was doodzonde, uw ouders niet eren was doodzonde. En oneerlijkheid was al helemaal niet getolereerd. Dat laatste is bij mij ook een punt waar ik heel zwaar aan til.Uiteraard moesten mijn ouders, mij opvoeden en mij uitleggen wat goed en fout was. Dat is dan ook één van de waardevolste taken als ouder. Alleen was die manier waarop helemaal uit den boze.

Mijn vader vertelde van de brandende hel met zijn duivels, maar ik , een kind met heel veel fantasie zag dat in geuren en kleuren, Ik zag die duivel, een lelijkaard met afgestroopt vel door de brandwonden. Ik zag de etterende blaren op zijn lijf, ik rook zijn verschroeide haren. En ik had er nachtmerries over en ik was bang, heel bang voor de duivel. Ik zou en ik moest de tien geboden naleven! En ja, ze zitten er goed in gebakken. Te goed zelf! Ik durf met moeite neen zeggen , heb er heel mijn leven alles aan gedaan om mijn vader te plezieren, om er voor te zorgen dat hij fier op mij zou zijn. Ik eerde mijn vader niet uit “respect” maar uit angst omdat ik toch zo graag wou dat hij in mij een “goede dochter ” zou zien.

Waar ik nog meer angst voor had was voor “Warden” de voddenman. Mijn vader zou mij weggeven aan hem als ik niet braaf was. En dat omdat hij mij graag zag hij. En ik, ik kon dat niet aan elkaar knopen. Je ziet uw dochter graag en je daarom geef je haar weg. Dat ging mijn kleine petje te boven.

Dan was er nog Sinterklaas en Zwarte Piet, ik wist helemaal al niet wat ik aan die twee had. Want ik moest er bang voor zijn, want, als ik niet braaf was kreeg ik van de roe. Nu daar had ik Zwarte Piet al helemaal niet voor nodig, want we hadden zelf zo’n ding, Een stok met lederen riempjes aan. Waar we ook al bang mee werden gemaakt. Mijn vader zat achter mij me dit onding als ik weer eens een jongensstoot uigestoken had. Of ik was opstandig. Want ja, ik was opstandig. Dan riep ik hem dat hij me toch niet graag zag en dan werd hij kwaad en zat met de martenee, achter me aan. Wat moet je daar als kind van denken?

Ik begreep de wereld niet. Sint en Piet waren stouteriken en kindervrienden tegelijk. We moesten een heel jaar braaf zijn. Van kleins af werden we al emotioneel gechanteerd.

Geen wonder dat ik in mijn bed plaste tot ik tien jaar was! Ik was zo angstig dat ik moeilijk kon inslapen.

Dan was ik alweer bang om opgesloten te worden in de kelder. Mijn broers verkneukelden zich hierin. Dan deden ze het licht uit dat , want de schakelaar zat aan de buitenkant van de deur? En dan riepen ze dat er spinnen liepen van een meter groot, met heel veel haar op hun poten.

Nog zoiets wat me opstandig maakte is , ik moest mijn bord leegeten , want de zwartjes in Afrika hadden niet eens eten. Dan riep ik steevast dat ik liever bij de zwartjes ging wonen en ik meende het nog ook! En als het niet over de zwartjes ging dan ging het over de oorlog, waar ze moesten overleven met boterbonnetjes en zo. Ik denk dat iedereen dit wel herkend in de zuinigheid van onze ouders die de oorlog hadden meegemaakt.

Pas nu weet ik ook dat mijn ouders zelf de slachtoffers waren van hun ouders. En dat ze het idd heel goed bedoelden. Ze ook maar de manier gebruikten die zij kenden, namelijk het kind met angst opzadelen zodat het mooi in het gareel zou lopen. En zo leerden we onszelf voorbij lopen om toch maar “goed” bevonden te worden in de maatschappij. Zodat onze vriendinnen ons super zou vinden, we liefde zouden vinden enzovoort.

Ook op de werkvloer wordt er vaak met angst om onze oren geslagen. De angst om onze job te verliezen, want er worden o zo veel eisen gesteld. Toen ik onlangs op de site van de vdab keek viel het me op dat er zo’n hoge eisen worden gesteld, er zijn door de werkgevers in spe zoveel puntjes aangekruist die gewenst zijn dat je er moedeloos van wordt. Dat je het niet aandurft om te solliciteren omdat de maatstaven en verwachtingen zo hoog liggen . Heel moeilijk voor iemand waar het zelfvertrouwen zich nooit kon ontwikkelen, want stoute kinderen verdienen de roe, en ik was er blijkbaar zo eentje. 😉